Willa Cather

(1873 – 1947)

Wilella (Willa) Sibert Cather werd geboren in december 1873 in de staat Virginia, Verenigde Staten.
In 1883 verhuisde ze met haar familie naar Nebraska; ze gingen wonen in het plaatsje Red Cloud, waar haar vader verzekeringsagent was.

Willa Cather was een geboren schrijfster. Als jong meisje al schreef ze stukjes voor de lokale krant, de Red Cloud Chief. Ze begon aan een medicijnenstudie aan de universiteit van Nebraska, maar ze switchte naar Engels.
Na haar studie werkte ze voor verschillende tijdschriften en schreef ze poëzie en korte verhalen. Ook werkte ze in het onderwijs, ze doceerde Engels en Latijn, en ze schopte het tot hoofd van de Engelse afdeling van een middelbare school. In 1906 verhuisde ze naar New York, waar ze de rest van haar leven zou blijven wonen, al reisde ze veel, ook naar Europa. Ze kreeg een baan aangeboden als redacteur bij het gezaghebbende McClure’s Magazine, waar ze opklom tot hoofdredacteur.

Na het schrijven van haar eerste roman, Alexander’s Bridge, in 1912, een boek dat ze achteraf een mislukking vond, ging ze zich toch voltijds wijden aan haar grote passie, literatuur. O Pioneers! (1913), haar tweede roman, was het startpunt van een succesvolle schrijverscarrière. Samen met The Song of the Lark (1915) en My Antonia (1918) worden deze drie romans haar ‘Prairie-trilogie’ genoemd – ze zijn geïnspireerd op haar jeugdervaringen in Nebraska.
In 1923 won ze de Pulitzer Prize voor haar boek One of Ours, dat speelt ten tijde van de Eerste Wereldoorlog.

Cather woonde bijna veertig jaar samen met Edith Lewis – tot aan haar dood in 1947.